‘U hebt een contractuur’, zei de kinesist tegen mijn schoonbroer die met een pijnlijke rug op de behandelingstafel lag.

Mijn schoonbroer vreesde meteen het ergste omdat hij het woord contractuur niet begreep. Want net als comparanten, concluant, geïntimeerde of retributie is contractuur een vakterm, weliswaar uit de medische wereld.

Nu is vaktaal ontzettend handig, zelfs onmisbaar in communicatie tussen vakgenoten. Dat blijkt even anders als de ontvanger van uw boodschap geen vakgenoot is.

In een mondeling gesprek valt dat nog recht te trekken. Toen een politierechter in het Vier-programma ‘De rechtbank’ aan een jongeman vroeg: ‘en toen zijt ge geïntercepteerd?’ en de jongen haar niet begrijpend aankeek, had ze haar vraag zó kunnen herhalen: ‘en toen heeft de politie u aangehouden?’

Anders is het bij een brief of e-mail. Daar ziet u de vragende blik van uw lezer niet. Om te vermijden dat die lezer zich ergert aan een overdosis vaktaal en u opbelt voor meer uitleg, kunt u drie dingen doen: schrappen, vervangen of uitleggen.

  • Eerst vraagt u zich af of een vakterm werkelijk nodig is om uw boodschap juist te brengen. Is dat niet zo, schrap hem dan.
  • Blijkt die vakterm onmisbaar, dan kunt u hem vervangen door een begrijpelijk, volwaardig synoniem. Niet ‘intercepteren’ maar ‘aanhouden’, niet ‘geïntimeerde’ maar ‘tegenpartij in hoger beroep.’
  • Is er geen volwaardig synoniem, dan kunt u de vakterm uitleggen. Het geeft niet dat u daarvoor meerdere zinnen nodig hebt, want net als u, leest uw lezer liever iets wat hij begrijpt, dan iets wat hij niet begrijpt.

Uw voordeel: als u moeite doet om helder te communiceren, creëert u meer vertrouwen en vermindert u het tijdrovende ‘vragen-om-uitleg-achteraf’.

Share This